ECLI:NL:CRVB:2010:BM4118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende erkenning psychische beperkingen
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen per 28 oktober 2004 en herzien per 12 september 2005, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vaststelde. Appellant stelde dat in de Functionele Mogelijkhedenlijsten (FML) onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten. Een door de Raad ingeschakelde psychiater Swinkels concludeerde dat appellant leed aan een matig ernstige, chronische depressieve stoornis met aanzienlijke beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren.
De bezwaarverzekeringsarts betoogde dat de psychische klachten het gevolg waren van sociale problematiek en niet tot beperkingen moesten leiden, maar de Raad verwierp dit standpunt. De Raad volgde het onafhankelijke psychiatrische rapport en oordeelde dat de beperkingen voortvloeien uit ziekte of gebrek en niet slechts uit sociale omstandigheden.
De Raad constateerde gebreken in de motivering van de UWV-besluiten, die in strijd zijn met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom droeg de Raad het UWV op binnen acht weken de besluiten te herstellen door nieuwe FML's op te stellen die in overeenstemming zijn met de bevindingen van Swinkels, functies te selecteren die appellant kan verrichten en de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw te bepalen.
Uitkomst: De Raad draagt het UWV op de gebreken in de besluiten te herstellen conform het psychiatrisch rapport van Swinkels.