ECLI:NL:CRVB:2010:BM4143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde zelfstandige arbeid en onvoldoende financiële informatie
Appellant ontving bijstand vanaf december 2003 nadat hij zijn werk als taxichauffeur niet meer kon uitoefenen. Vanaf maart 2004 was hij ingeschreven als zelfstandige en bestelde hij een taxi die in juli 2004 werd geleverd. Het College beëindigde de bijstand per augustus 2004 en vorderde kosten terug wegens vermeende niet-gemelde zelfstandige arbeid.
De Raad onderscheidt twee perioden: van januari tot april 2004 concludeert zij dat appellant geen aantoonbare zelfstandige inkomsten had en dat voorbereidingsactiviteiten de bijstand niet uitsluiten. Voor deze periode vernietigt de Raad het intrekkingsbesluit en de terugvordering.
Voor de periode mei tot augustus 2004 oordeelt de Raad dat appellant onvoldoende controleerbare gegevens heeft verstrekt over de financiering van zijn taxi en bedrijfskosten, waardoor niet kan worden vastgesteld of hij bijstandbehoevend was. De intrekking over deze periode blijft daarom gehandhaafd.
De Raad draagt het College op een nieuw besluit op bezwaar te nemen en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wordt vernietigd voor 1 januari tot 30 april 2004, maar gehandhaafd voor 1 mei tot 21 augustus 2004 vanwege onvoldoende financiële informatie.