ECLI:NL:CRVB:2010:BM4243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellante is door het UWV een loonsanctie opgelegd waarbij de loondoorbetalingsperiode met 52 weken is verlengd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De werknemer was wegens rugklachten langdurig arbeidsongeschikt en ongeschikt voor zijn eigen werk. Hoewel een loopbaanonderzoek heeft plaatsgevonden, is geen adequaat re-integratietraject in het tweede spoor ingezet. Appellante voerde aan dat de werknemer tijdelijk geen duurzaam benutbare mogelijkheden had en dat het loopbaanonderzoek voldoende inspanning was, maar deze stellingen werden door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat de bedrijfsarts geen situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft vastgesteld na juni 2007 en dat appellante onvoldoende begeleiding bood bij het solliciteren. Ook werd het argument dat de kosten van re-integratie het voortbestaan van het bedrijf bedreigen niet onderbouwd. De Raad verwierp voorts het beroep op marginale toetsing en beleidsregels en bevestigde dat de loonsanctie terecht is opgelegd.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.