ECLI:NL:CRVB:2009:BK3713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Verlenging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in tweede spoor
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een besluit van het UWV tot verlenging van de loonsanctie met 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar de rechtbank Assen had het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering, hoewel de rechtsgevolgen in stand bleven.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep onderzocht of de werkgever terecht is aangesproken op onvoldoende re-integratie-inspanningen, specifiek gericht op werkhervatting bij een andere werkgever (het tweede spoor). Uit de medische stukken en rapportages bleek dat het voor de werkgever duidelijk had moeten zijn dat werkhervatting in het tweede spoor noodzakelijk was en dat er benutbare mogelijkheden waren.
De Raad benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie bij de werkgever ligt, ook voor de kwaliteit van ingeschakelde deskundigen zoals de arbodienst. Het vertrouwen op het oordeel van de arbodienst ontslaat de werkgever niet van haar verplichtingen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, waarmee de loonsanctie in stand blijft.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard.