ECLI:NL:CRVB:2010:BM4380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens voortgezette volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Betrokkene was sinds 1 februari 2001 verzekerd en volledig arbeidsongeschikt. Het UWV stelde bij besluit van 14 maart 2007 dat er geen recht op een WIA-uitkering ontstond omdat de arbeidsongeschiktheid sinds aanvang verzekering ongewijzigd voortduurde. De rechtbank verklaarde dit besluit ongegrond wegens onvoldoende onderzoek en motivering en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep handhaafde het UWV haar standpunt, stellende dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 30 mei 2007 als uitgangspunt dient en dat betrokkene ongeschikt is voor bepaalde functies op arbeidskundige gronden. Betrokkene stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid in de periode januari 2005 tot juni 2005 was afgenomen.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd waarom betrokkene ongeschikt zou zijn voor de functies met sbc-codes 282101, 317030, 271070 en 282160. De motivering van het UWV was ontoereikend, onder meer omdat persoonlijke karaktereigenschappen niet als arbeidsongeschiktheid mogen worden meegewogen en er onvoldoende rekening was gehouden met redelijke aanpassingen. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.