ECLI:NL:CRVB:2010:BM5000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de berekening van het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon
Betrokkene had een WW-uitkering aangevraagd die was gebaseerd op haar WAO-vervolgdagloon. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had het dagloon voor de WW-uitkering vastgesteld volgens het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. De rechtbank Zutphen had dit besluit vernietigd omdat zij artikel 13, zesde lid, van het Besluit buiten toepassing achtte wegens strijd met de WW.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel verworpen. De Raad bevestigde dat artikel 13, zesde lid, van het Besluit wel verbindend is en dat de berekening van het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin dit standpunt werd bevestigd.
De Raad ging niet mee in het betoog van betrokkene dat de berekening onvoldoende recht zou doen aan het loondervingsbeginsel van de WW, omdat het arbeidsurenverlies voortkomt uit het beëindigen van haar aanstelling als politieambtenaar en niet uit de verlaging van haar WAO-uitkering.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van 4 oktober 2007 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van 4 oktober 2007 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.