ECLI:NL:CRVB:2010:BM5095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving sinds 1998 bijstand. Uit onderzoek naar aanleiding van gegevensuitwisseling met de Belastingdienst bleek dat appellant en zijn echtgenote over een vermogen beschikten dat niet was gemeld, waaronder een bankrekening met kasstortingen waarvan de herkomst onduidelijk bleef.
Het College trok de bijstand in over de periode 1998-2006 en vorderde de kosten terug wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht en overschrijding van de vermogensgrens. De rechtbank vernietigde het besluit deels en beargumenteerde dat de terugvordering niet alle toetsing kon doorstaan.
De Centrale Raad oordeelde dat appellant terecht geen recht had op bijstand over de periode vanwege het niet melden van de bankrekening en het overschrijden van de vermogensgrens. Echter, het terugvorderingsbeleid van het College was te strikt en leidde tot onevenredige uitkomsten, waardoor de terugvordering over de periode vanaf 4 juli 2003 niet standhield.
De Raad vernietigde het besluit tot terugvordering over die periode en veroordeelde het College in de proceskosten van appellant. Het College moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd, terugvordering deels vernietigd wegens onevenredigheid, nieuw besluit vereist.