ECLI:NL:CRVB:2010:BM5488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1996 wegens rugklachten, kreeg een WAO-uitkering van 80-100%. In 2005 trok het UWV deze uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn rugklachten verergerd zijn en dat hij niet acht uur per dag kan werken. De Raad schakelde een onafhankelijke medisch deskundige in, die concludeerde dat de medische situatie onveranderd was en zich kon verenigen met de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die de belastbaarheid van appellant beschrijft.
Appellant betwistte de geschiktheid van bepaalde functies vanwege onvoldoende afwisseling in zitten en lopen, maar het UWV en de deskundigen bevestigden dat deze functies wel geschikt zijn. De Raad oordeelde dat er voldoende geschikte functies zijn die het verlies aan verdiencapaciteit onder 15% houden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en verklaarde dat geen gronden aanwezig zijn voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.