ECLI:NL:CRVB:2010:BM7076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- C. van Viegen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven vermogen
Appellante ontving bijstand sinds 2002 en beschikte sinds 28 juli 2004 over een bankrekening met een tegoed van €24.000,-- dat zij niet had opgegeven aan het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na ontvangst van een vermogenssignaal van de Belastingdienst startte het College een onderzoek en concludeerde dat appellante in strijd met de inlichtingenplicht handelde.
Het College trok de bijstand over de periode 28 juli 2004 tot en met 16 november 2005 in en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het tegoed aan haar zuster toebehoorde en dat de terugvordering onredelijk was vanwege de lange duur van het onderzoek en de gevolgen voor haar dienstbetrekking.
De Raad oordeelde dat het tegoed op de rekening als vermogen van appellante moet worden aangemerkt, omdat zij niet met objectieve gegevens het tegendeel had aangetoond. De Raad verwierp het beroep op de zesmaanden-jurisprudentie en vond geen dringende redenen om af te zien van brutering van de terugvordering. De intrekking en terugvordering waren rechtmatig en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.