ECLI:NL:CRVB:2010:BM7081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens betaalde arbeid bij uitzendbureau
Appellant ontving bijstand en werd door het College van B&W Leidschendam-Voorburg geconfronteerd met een herzienings- en terugvorderingsbesluit op grond van het verrichten van betaalde arbeid bij een uitzendbureau in de periode 31 maart 2004 tot en met 31 december 2005. Dit was gebaseerd op een onderzoek (ROBIGANA) waarbij administratieve gegevens, dagbriefjes en getuigenverklaringen werden verzameld.
Appellant betwistte de werkzaamheden en stelde dat iemand anders met zijn identiteit had gewerkt, mede omdat hij in een deel van de periode in het buitenland verbleef. De Raad oordeelde dat de administratieve processen en positieve identificatie door twee administratief medewerkers van de inlener aannemelijk maakten dat appellant daadwerkelijk werkte. De afwezigheid van urenregistratie in de periode van zijn verblijf in het buitenland versterkte dit.
De vrijspraak in een strafrechtelijke procedure wegens valsheid in geschrifte deed hieraan geen afbreuk, omdat bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures verschillende rechtsvragen betreffen. Appellants stellingen over onbetrouwbaarheid van de digitale urenverantwoording werden verworpen wegens gebrek aan nadere onderbouwing.
De Raad bevestigde het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.