ECLI:NL:CRVB:2010:BM7255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op bijstand bij ontvangst studiefinanciering in de vorm van lening
Appellant was tot 1 september 2007 ingeschreven als student en ontving studiefinanciering, die over de maanden juni tot en met augustus 2007 volledig bestond uit een rentedragende lening. Hij vroeg bijstand aan met ingang van 1 juni 2007, maar het College kende bijstand toe vanaf 1 september 2007 omdat appellant nog studiefinanciering ontving en daarmee over voldoende middelen beschikte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij toch recht had op bijstand, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de studiefinanciering, ook als lening, als een toereikende en passende voorliggende voorziening moet worden beschouwd. Het risico dat appellant zich niet tijdig uitschreef en daardoor een lening ontving, ligt bij hem.
De Raad wees ook het beroep op zeer dringende redenen af omdat appellant over voldoende middelen beschikte en de hogere studieschuld geen acute noodsituatie vormt. Ook was er geen sprake van ongelijke behandeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt pas toegekend vanaf 1 september 2007.