ECLI:NL:RBGEL:2015:2739
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling inkomen inwonende dochter bij toeslag bijstand onjuist
Eiser ontving bijstand met toeslag en verweerder stelde bij een herzieningsbesluit het inkomen van de inwonende meerderjarige dochter vast, waarbij ook het deel van studiefinanciering dat zij nog kon lenen werd meegerekend. Eiser betwistte dit, omdat de dochter geen gebruik maakte van deze lening.
De rechtbank oordeelt dat de dochter geen belanghebbende is in de zin van de Wet werk en bijstand (Wwb) en niet tot het gezin behoort, zodat de niet aangegane studielening niet als een voorliggende voorziening kan worden aangemerkt. Verweerder heeft ten onrechte het fictieve leenrecht bij de vaststelling van het inkomen betrokken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van gemaakte reiskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens onjuiste inkomensvaststelling van de inwonende dochter.