ECLI:NL:CRVB:2012:BX7603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens studiefinanciering als voorliggende voorziening
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en studeerde ICT met studiefinanciering volgens de Wsf 2000. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in per 3 november 2009, nadat de broer van appellant was verhuisd en zij geen gezamenlijke huishouding meer voerden.
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan, maar deze werd afgewezen omdat studiefinanciering als een passende en toereikende voorliggende voorziening wordt beschouwd. Er waren geen zeer dringende redenen die afwijking van deze regel rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat het dagelijks bestuur terecht de bijstand introk en de aanvraag bijzondere bijstand afwees, mede gezien het ontbreken van een acute noodsituatie of andere bijzondere omstandigheden.
Appellant voerde aan dat zijn situatie vanwege verblijfsvergunning, taalachterstand en gebrek aan sociaal netwerk bijzondere aandacht verdiende, maar dit werd niet als voldoende urgentie erkend. De Raad benadrukte dat het dagelijks bestuur niet bevoegd is om af te wijken van de wettelijke bepalingen omtrent voorliggende voorzieningen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 september 2012, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en afwijzing van bijzondere bijstand worden bevestigd wegens studiefinanciering als toereikende voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen.