ECLI:NL:CRVB:2010:BM7385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand en gaven op hun inkomstenformulieren aan dat appellant één uur per dag werkte als schoonmaker bij twee schoonmaakbedrijven. Na een anonieme melding en onderzoek van de Sociale Recherche bleek dat appellant en zijn zonen feitelijk drie uur per dag werkten, wat niet was opgegeven. Het College herzag de bijstand en vorderde een bedrag van ruim €2.300 terug, met een verlaging van de bijstand met 20% gedurende een maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit deels, omdat het College de hoogte van de terugvordering niet juist had vastgesteld. Het College handhaafde vervolgens het besluit met een terugvordering van €2.318,54 en een verlaging van 20%.
In hoger beroep stelde appellant dat hij slechts één uur per dag werkte en dat hij dit juist had opgegeven. De Raad oordeelde op basis van getuigenverklaringen dat appellant en zijn zonen drie uur per dag werkten. Ook het niet uitbetaalde werk is relevant voor de bijstandsvaststelling. De Raad concludeerde dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden en dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van 4 juli 2008. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.