ECLI:NL:CRVB:2010:BM7469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering registratie als werkzoekende wegens ontbreken geldig identiteitsbewijs
Appellant heeft zich op 26 maart 2008 gemeld bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) om zich te laten registreren als werkzoekende. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze registratie omdat appellant geen geldig identiteitsbewijs kon overleggen zoals vereist door de Wet op de identificatieplicht en artikel 55 van Pro de Wet Suwi.
Appellant maakte bezwaar en overhandigde onder meer een Pakistaans paspoort, geldig tot oktober 2008. Het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond omdat niet was aangetoond dat appellant tot de categorieën behoorde die zich als werkzoekende mogen registreren volgens artikel 25 van Pro de Wet Suwi.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit van appellant wel was vastgesteld, maar dat niet was aangetoond dat hij de Nederlandse nationaliteit bezat en dat hij niet tot de in de wet genoemde categorieën behoorde. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel de Nederlandse nationaliteit had, maar de Raad oordeelde dat het Uwv terecht de registratie had geweigerd omdat het paspoort geen geldig Nederlands reisdocument was en de overige documenten niet voldeden aan de eisen van de Wet op de identificatieplicht.
De Raad concludeerde dat appellant ten tijde van de melding niet het recht had zich als werkzoekende te laten registreren en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van registratie als werkzoekende wegens het ontbreken van een geldig Nederlands identiteitsbewijs.