ECLI:NL:CRVB:2010:BM7998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overname volledige loonbetalingsverplichtingen door UWV na faillissement werkgever
Appellante werkte in de thuiszorg en haar werkgever ging failliet op 19 december 2007. Het UWV nam op grond van hoofdstuk IV van de WW slechts de loonbetalingsverplichtingen over die wettelijk zijn voorgeschreven, waaronder loon over de opzegtermijn en de periode van 13 weken voorafgaand aan de opzegging.
Appellante vorderde dat het UWV alle niet-voldane loonbetalingen zou overnemen, waaronder ook loonbestanddelen buiten het wettelijke kader, mede vanwege haar lange dienstverband en premies. De rechtbank wees dit af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat er geen concrete toezeggingen waren gedaan door het UWV om meer te betalen dan wettelijk verplicht is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. Ook werd geen aanleiding gezien voor een schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
De beslissing benadrukt dat het UWV strikt gebonden is aan de wettelijke bepalingen van de WW bij overname van loonbetalingsverplichtingen na faillissement van een werkgever.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.