ECLI:NL:CRVB:2010:BM8007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WAO-uitkering wegens niet voldaan aan verkorte wachttijd en andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig laborante, ontving sinds 1989 een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken. Na een ziekmelding in oktober 2006 kreeg zij een ziekengelduitkering. Het UWV besloot echter per augustus 2007 het ziekengeld te beëindigen en weigerde een WAO-uitkering toe te kennen wegens het niet voldoen aan de verkorte wachttijd van vier weken.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. De verzekeringsarts stelde vast dat de mentale klachten van appellante, gerelateerd aan haar echtscheiding, geen beperkingen meer opleverden en dat zij geschikt was voor bepaalde functies. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat er geen toename van beperkingen was en dat de arbeidsongeschiktheid per 12 oktober 2006 niet voortkwam uit dezelfde oorzaak als de eerdere WAO-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze conclusies en oordeelde dat het besluit van het UWV correct was. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WAO-uitkering wegens het niet voldoen aan de verkorte wachttijd en andere oorzaak van arbeidsongeschiktheid.