ECLI:NL:CRVB:2010:BM8156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon WIA met belaste waarde vakantiebonnen
Appellant, werkzaam als schilder, betwistte de vaststelling van zijn dagloon voor de WIA-uitkering omdat het UWV slechts de belaste waarde van vakantiebonnen (92,5% van de nominale waarde) had meegenomen, terwijl hij meent dat de volledige waarde had moeten worden meegenomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het UWV terecht is uitgegaan van het loon dat daadwerkelijk door appellant is genoten en als premieplichtig loon is opgegeven door de werkgever. De periode waarin appellant minder loon ontving vanwege vakantie is wel meegenomen in de berekening, maar het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen voorziet niet in een afwijking om de volledige waarde van vakantiebonnen mee te nemen.
Appellant voerde nog aan dat op grond van andere artikelen van het Besluit een ander loonbedrag had moeten gelden, maar de Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze argumenten zijn verworpen. Gezien het voorgaande slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van het dagloon op basis van de belaste waarde van vakantiebonnen wordt bevestigd.