ECLI:NL:CRVB:2010:BM8609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening Wajong-uitkering en proceskostenvergoeding na geschil over arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar Wajong-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 45 en 55%, in plaats van 80% of meer. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische beperkingen waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren vanwege de wisselende vermoeidheid.
De Raad oordeelde dat de verschillen tussen de medische deskundigen niet zodanig waren dat nader onderzoek nodig was. De Raad vond dat de belastbaarheid juist was vastgesteld, mede omdat Wijkstra onvoldoende rekening hield met het feit dat appellante vooral in de ochtend vermoeid is en in de middag en avond beter functioneert. De Raad stelde vast dat de functies passend waren en dat de regionale spreiding volgens het Schattingsbesluit 2004 was gewaarborgd.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding stelde de Raad vast dat de rechtbank het bedrag voor het rapport van internist Pop te laag had vastgesteld. De Raad verhoogde de vergoeding op basis van een gespecificeerde nota en veroordeelde het UWV tot een totaalbedrag van € 2.560,- aan proceskostenvergoeding, inclusief griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor de proceskostenvergoeding en afgewezen voor het overige.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond voor proceskostenvergoeding en afgewezen voor overige punten; UWV veroordeeld tot betaling van € 2.560,- aan appellante.