ECLI:NL:CRVB:2010:BL5257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks inbreuk eigendomsrecht appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage op basis van het Schattingsbesluit 2004 werd verlaagd van 80-100% naar 25-35%. De rechtbank had het eerste bezwaar ongegrond verklaard, maar het beroep tegen dat besluit gegrond verklaard vanwege een ondeugdelijk medisch onderzoek.
In hoger beroep betwist appellant dat artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit 2004 op hem van toepassing mocht zijn en stelde dat de aanscherping van de criteria voor algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft geleid tot een toename van arbeidsdeelname van gehandicapten. De Raad oordeelde dat de toepassing van het Schattingsbesluit weliswaar een inbreuk op het eigendomsrecht vormt, maar niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Ook werd geen sprake geacht van disproportionele individuele last of indirecte discriminatie.
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De Raad vond de medische heroverweging toereikend en de schatting van passende functies reëel en voldoende gemotiveerd. Appellant voerde geen zelfstandige gronden tegen de re-integratievisie aan. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.