ECLI:NL:CRVB:2010:BM8769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen initiatief tot ontslag
Appellante was sinds 1997 in dienst bij het ministerie van Justitie en werkte als medior bewaarder/complexbeveiliger. Na langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid werd zij medisch herplaatsingskandidaat. Zij weigerde een administratieve functie en sloot een vaststellingsovereenkomst waarbij zij eervol ontslag op eigen verzoek kreeg per 31 augustus 2008.
Het UWV weigerde haar WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid omdat appellante zelf het initiatief tot ontslag had genomen terwijl er geen overwegende bezwaren waren die voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs onmogelijk maakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Appellante stelde dat haar leidinggevende haar onder druk had gezet om ontslag te nemen en haar had gestimuleerd een eigen onderneming te starten. De Raad oordeelde echter dat dit niet voldoende was bewezen en dat passende functies beschikbaar waren. De Raad concludeerde dat appellante verwijtbaar werkloos is geworden en dat matiging van de maatregel niet aan de orde was.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid omdat appellante zelf het initiatief tot ontslag heeft genomen zonder dat voortzetting redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd.