ECLI:NL:CRVB:2010:BM8887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens niet accepteren passend werk
Appellant was werkzaam als loope-tufter en verloor zijn baan om bedrijfseconomische redenen. Het UWV kende hem een WW-uitkering toe, maar weigerde deze met ingang van 2 oktober 2006 blijvend omdat appellant passend werk als klosomzetter had afgewezen zonder geldige reden.
Appellant stelde medische en financiële bezwaren aan het aanbod, maar een medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen medische belemmeringen waren. Ook bleek uit informatie van de werkgever dat het salaris en de functie-indeling gelijk waren gebleven, waardoor financiële bezwaren ongegrond waren.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat appellant het passende werk niet heeft aanvaard, wat een grond is voor blijvende weigering van de WW-uitkering volgens artikel 24 WW Pro. Daarnaast was de terugvordering van €12.694,-- over de periode van 2 oktober 2006 tot 20 april 2007 terecht, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren.
De Centrale Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellant wordt blijvend geweigerd en de terugvordering van te veel betaalde uitkering blijft gehandhaafd.