ECLI:NL:CRVB:2010:BM9155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid onder 35 procent
Appellant, werkzaam als opperman, viel uit wegens heup-, rug- en knieklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en de arbeidsdeskundige berekende een verdiencapaciteitsverlies van 29,22%, wat onder de 35% grens ligt voor recht op uitkering.
Het UWV wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen, onderbouwd met een expertise van een orthopedisch chirurg.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was, dat de beperkingen adequaat waren weergegeven en dat de aanvullende medische informatie geen afwijkend ziektebeeld toonde. De arbeidsdeskundige had de functies en belastbaarheid voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.