ECLI:NL:CRVB:2010:BM9158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en loondoorbetaling eindigt
Appellant viel per 11 maart 2005 uit wegens spanningsklachten en werkte als magazijnmedewerker bij zijn werkgever. Het UWV legde een loonsanctie op vanwege het niet tijdig indienen van een compleet re-integratieverslag, waardoor het recht op loon tijdens ziekte werd verlengd. Na completering van het verslag concludeerde een arbeidsdeskundige dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht.
Appellant maakte bezwaar tegen de loonsanctie, maar zowel de bezwaarverzekeringsarts als de bezwaararbeidsdeskundige onderschreven dat de werkgever voldoende pogingen had gedaan om re-integratie te bevorderen, waarbij het uitblijven van succesvolle re-integratie werd toegeschreven aan persoonlijke omstandigheden van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende feiten had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat de werkgever tekort was geschoten in zijn verplichtingen.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en benadrukt dat het aan appellant is om feiten te presenteren die aantonen dat van de werkgever meer inspanningen hadden kunnen worden verlangd. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie over de bewijslastverdeling en bevestigt dat de werkgever voldoende pogingen heeft gedaan, waaronder mediation en het zoeken naar passende arbeid. De loonsanctie en het einde van de loondoorbetaling per 27 maart 2007 blijven daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en dat het tijdvak van loondoorbetaling eindigt per 27 maart 2007.