ECLI:NL:CRVB:2010:BM9162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische beperkingen en functiebeschikbaarheid
Appellante, sinds 1998 arbeidsongeschikt door fysieke en psychische klachten na een auto-ongeval, kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend. In 2007 herzag het UWV haar uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, wat appellante aanvocht vanwege vermeende onzorgvuldigheid en onderschatting van haar beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts geen eigen onderzoek had verricht, haar beperkingen onjuist waren ingeschat en dat het rapport van een neuroloog uit 2002 onterecht was genegeerd.
De Raad oordeelde dat dossieronderzoek door de bezwaarverzekeringsarts niet onzorgvuldig was, dat alle relevante medische informatie was betrokken en dat de aanvullende brieven geen nieuwe feiten opleverden. De door het UWV geduide functies werden als passend beoordeeld, waarbij specifieke beperkingen en vermeende ongeschiktheid niet aannemelijk waren.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de herziening van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.