ECLI:NL:CRVB:2010:BM9204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig administratief medewerkster, kreeg sinds 1995 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2008 werd deze uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, omdat de medische gegevens geen aanwijzingen boden voor meer beperkingen dan vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij meer beperkingen ondervond, ondersteund door een klinisch neuropsychologisch rapport. Het UWV verwees naar eerdere medische rapporten die de diagnoses fibromyalgie en somatoforme pijnstoornis behandelden en handhaafde de juistheid van de medische grondslag.
De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellante zorgvuldig waren vastgesteld door de verzekeringsarts en dat het neuropsychologisch rapport geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Ook de arbeidskundige grondslag van het besluit werd als juist beoordeeld. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en juist is.