ECLI:NL:CRVB:2010:BM9381

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2470 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken concrete bezwaargronden voorschottoekenning WW-uitkering

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een voorschottoekenning van een WW-uitkering, maar het bezwaarschrift bevatte geen concrete gronden. Het UWV heeft appellante verzocht deze binnen vier weken aan te leveren. Appellante stuurde een fax met gronden, maar deze hadden betrekking op een ander besluit en niet op de voorschottoekenning.

De Raad concludeert dat het faxbericht geen concrete bezwaargronden bevatte met betrekking tot de voorschottoekenning en dat het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep van appellante slaagt niet en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Daarnaast is er geen grond voor een schadevergoeding en wordt het verzoek daartoe afgewezen. De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 22 juni 2010 en is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de voorschottoekenning WW is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

09/2470 WW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 maart 2009, 08/3110 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 juni 2010.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.K. Bhadai, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2010. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 24 juli 2007 heeft het Uwv een aanvraag van appellante om toekenning van een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) met ingang van 2 juli 2007 afgewezen wegens het niet beschikbaar zijn van appellante voor de arbeidsmarkt. Bij besluit van 24 december 2007 heeft het Uwv appellante met ingang van 3 december 2007 een voorschot toegekend.
1.2. Op 31 januari 2008 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 december 2007. Hierin heeft appellante aangegeven het bezwaar in te dienen op nader aan te voeren gronden. Op 6 februari 2008 heeft het Uwv appellante verzocht om binnen vier weken de gronden van dat bezwaar in te dienen. Bij besluit van 17 maart 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van de gronden van het bezwaar.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.
3.1. Het Uwv heeft terecht het standpunt ingenomen dat het bezwaarschrift van 31 januari 2008 niet de gronden van het bezwaar bevatte en heeft appellante dan ook terecht gevraagd om die gronden binnen de daartoe gestelde termijn alsnog in te dienen. Appellante stelt dat zij op 21 februari 2008, via de fax, de gronden van het bezwaar naar het Uwv heeft verzonden. Zij heeft een kopie overgelegd van het betrokken schrijven, dat is gedateerd op 20 februari 2008, en van het verzendrapport van het faxapparaat, waarop de datum 21 februari 2008 staat vermeld. Het Uwv stelt dit faxbericht niet te hebben ontvangen.
3.2. De Raad constateert dat het door appellante bedoelde faxbericht geen betrekking heeft op het besluit van 24 december 2007, maar slechts ingaat op het besluit van 24 juli 2007, waarbij een WW-uitkering was geweigerd. Niet alleen wordt uitsluitend laatstgenoemd besluit in het bericht van appellante genoemd, maar ook de inhoud van het bericht, die een vervolg vormt op eerdere correspondentie, betreft alleen het besluit van 24 juli 2007. Met geen woord wordt in het schrijven gerept over de voorschottoekenning zoals die op 24 december 2007 heeft plaatsgevonden. Met de rechtbank komt de Raad dan ook tot de conclusie dat naast het bezwaarschrift van 31 januari 2008 ook het op 20 februari 2008 gedateerde bericht een concrete bezwaargrond met betrekking tot die voorschottoekenning ontbeert. Appellante kan derhalve niet worden gevolgd in haar stelling dat de inhoud van laatstgenoemd bericht er op zichzelf beschouwd toe noopte het bezwaar ontvankelijk te achten, zodat op de stelling van het Uwv dat dat bericht aldaar niet is aangekomen niet nader behoeft te worden ingegaan.
3.3. Gelet op het voorgaande heeft het Uwv naar het oordeel van de Raad in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk te verklaren.
4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
4.1. In het voorgaande ligt besloten dat er voor een veroordeling tot schadevergoeding geen ruimte is. Het verzoek daartoe van appellante dient daarom te worden afgewezen.
5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en B.M. van Dun en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2010.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) R. Scheffer.
HD