ECLI:NL:CRVB:2010:BM9434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens strijd met artikel 18 WAO
Appellant ontving sinds 2 oktober 2001 een WAO-uitkering. In 2005 werd deze uitkering herzien met toepassing van een maximering van de maatmanarbeid op 38 uur per week. De Raad oordeelde in een eerdere uitspraak (2 maart 2007) dat deze maximering in strijd was met het feitelijke verlies aan verdienvermogen zoals bedoeld in artikel 18 van Pro de WAO, waardoor het Schattingsbesluit onverbindend was.
Het UWV paste in 2007 een gewijzigd Schattingsbesluit toe dat de maximering van de maatmanarbeid vanaf 2 maart 2007 schrapte, maar behoudt voor de periode daarvoor de maximering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de herziening van de uitkering per 2 maart 2007 ongegrond, omdat het UWV volgens haar juist had gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het gewijzigde Schattingsbesluit niet volledig voldoet aan artikel 18 van Pro de WAO omdat het voor de periode van inwerkingtreding van het Schattingsbesluit 2004 tot 2 maart 2007 nog maximering toestaat. Dit maakt het besluit onverbindend. Omdat het bestreden besluit op deze onverbindende regeling is gebaseerd, vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen.