ECLI:NL:CRVB:2010:BM9591
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Erkenning als vervolgde zonder recht op uitkering volgens Wuv
Appellante diende een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) als weduwe van betrokkene, die in 1957 overleed. Betrokkene was KNIL-militair en werd tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd en mishandeld, wat gezondheidsklachten veroorzaakte. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat betrokkene vervolging had ondergaan en vanwege niet-naleving van nationaliteits- en woonplaatsvoorwaarden.
In beroep stelde appellante namen van mede-geïnterneerden aan de orde. De Raad schorste het onderzoek voor nader onderzoek, waarna verweerster aangaf dat betrokkene wel als vervolgde erkend kon worden, maar dat appellante geen recht had op uitkering omdat betrokkene door een andere oorzaak dan vervolging was overleden en geen uitkering genoot die verband hield met vervolgingsgebonden ziekten.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde het. Betrokkene werd erkend als vervolgde, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand omdat betrokkene niet door vervolging was overleden en geen relevante uitkering ontving. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Betrokkene wordt erkend als vervolgde, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand omdat het overlijden niet aan vervolging kan worden toegeschreven.