ECLI:NL:CRVB:2010:BM9739

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6293 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet tijdig ingediend bij intrekking bijstandsuitkering

Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar bijstandsuitkering door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede. Het bezwaar was gedateerd binnen de wettelijke termijn, maar werd pas na deze termijn door het College ontvangen. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.

De rechtbank Arnhem oordeelde dat het bezwaar inderdaad niet tijdig was ingediend en wees het beroep af. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij mogelijk psychische problemen had en medicatie gebruikte, wat haar verzuim zou rechtvaardigen.

De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat deze omstandigheden niet zodanig waren dat redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat appellante in verzuim was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd.

Uitspraak

09/6293 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 13 oktober 2009, 09/1964 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede (hierna: College)
Datum uitspraak: 22 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2010. Voor appellante is mr. Frerix verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Klok, werkzaam bij de gemeente Ede.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 15 oktober 2008 heeft het College de bijstandsuitkering van appellante ingetrokken.
1.2. Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt bij een bezwaarschrift dat op 25 november 2008 is gedateerd en op 5 december 2008 door het College is ontvangen.
1.3. Bij besluit van 1 april 2009 heeft het College het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 1 april 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe - kort gezegd - vastgesteld dat het primaire besluit op 15 oktober 2008 op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, zodat de termijn voor het maken van bezwaar liep van 16 oktober 2008 tot en met 26 november 2008. Omdat het College het bezwaarschrift eerst op 5 december 2008 had ontvangen en het bezwaarschrift blijkens het op de envelop aangebrachte stempel eerst op 4 december 2008 ter post was bezorgd, was de rechtbank met het College van oordeel dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend. Tenslotte was de rechtbank evenals het College van oordeel dat de door appellante aangevoerde redenen waardoor zij mogelijk na afloop van de termijn bezwaar had gemaakt, niet van dien aard waren dat redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat zij in verzuim was geweest.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Hetgeen appellante tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad is met de rechtbank op de door deze aangegeven gronden, waarnaar hij verwijst en die hij onderschrijft, van oordeel dat het bezwaarschrift van appellante niet tijdig is ingediend en dat de redenen die daarvoor zijn aangevoerd, niet van zodanige aard zijn dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest. Dat appellante in de periode van oktober/november 2008 mogelijk psychische problemen had en medicijnen gebruikte, maakt dat niet anders, in welk verband de Raad er op wijst dat het bezwaarschrift binnen de bezwaartermijn is gedateerd maar kennelijk buiten die termijn ter post is bezorgd.
4.2. Gelet op het voorgaande faalt het hoger beroep. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns als voorzitter en C. van Viegen en O.L.H.W.I. Korte als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2010.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) R.L.G. Boot.
AV