ECLI:NL:CRVB:2010:BM9776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- H.G. Rottier
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit inzake vergoeding rechtsbijstand ambtenaar
Appellant, een ambtenaar, had bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van betaling van een toegekende vergoeding voor rechtsbijstand. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de betaling reeds had plaatsgevonden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep af wegens gebrek aan belang.
In hoger beroep stelde appellant dat de betaling pas na het indienen van het bezwaar had plaatsgevonden en dat er nog steeds belang bestond vanwege wettelijke rente en kosten van juridische bijstand. De Raad oordeelde dat betaling van de geldschuld niet het belang aan het beroep had doen vervallen, omdat ook schadevergoeding en kosten werden gevorderd.
De Raad stelde vast dat de weigering om te besluiten ook een besluit is en dat de minister ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. De schadevergoeding wegens vertraagde betaling werd vastgesteld op € 0,83. De minister werd veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding, proceskosten en kosten in bezwaar. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.