ECLI:NL:CRVB:2010:BM9804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering in schuldsaneringsregeling
Appellant, die onder een schuldsaneringsregeling viel, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van bewindvoering. Het College van burgemeester en wethouders van Venlo wees de aanvraag af op grond dat bijstand niet kan worden verleend voor schulden. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde deze afwijzingsgrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het primaire standpunt van het College onjuist is omdat het hier niet gaat om een aanvraag voor bijstand voor een schuld, maar voor voorschotten op het salaris van de bewindvoerder. De Raad vernietigt daarom de primaire afwijzingsgrond.
De Raad beoordeelt vervolgens de subsidiaire grondslagen en stelt vast dat hoewel de salariskosten van de bewindvoerder als bijzondere noodzakelijke kosten kunnen worden aangemerkt, in dit geval de kosten zich niet daadwerkelijk voordeden omdat de boedel geen ruimte bood voor betaling bij ontoereikend actief. Appellant betaalde het salaris ondanks dat dit zijn inkomen onder de beslagvrije voet bracht, wat strijdig is met de Faillissementswet en het schuldsaneringsvonnis.
De Raad concludeert dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd niet als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden beschouwd in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard, maar op andere gronden dan de rechtbank had aangevoerd.
Tot slot veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep op bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering wordt ongegrond verklaard omdat deze kosten niet als noodzakelijke bijzondere kosten worden aangemerkt.