ECLI:NL:CRVB:2010:BM9810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake verrekening huurinkomsten bij bijstand op grond van WWB
Appellante ontvangt sinds 1995 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College stelde op basis van door appellante verstrekte gegevens de te verrekenen inkomsten uit verhuur van haar woning vast op een hoger bedrag dan eerder genoemd in een brief van het College. Appellante stelde dat het College hiermee in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel, omdat het hogere bedrag afweek van de in de brief van 6 december 2006 genoemde huurprijs van € 380 per maand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een beroep op het vertrouwensbeginsel slechts slaagt indien een bevoegd bestuursorgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen heeft gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen wekken. In deze zaak was dat niet het geval, mede omdat de brief betrekking had op een situatie van niet tijdig aanleveren van gegevens, hetgeen hier niet aan de orde was.
De Raad bevestigt daarmee het besluit van het College om hogere huurinkomsten te verrekenen met de bijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens ziet de Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.