ECLI:NL:CRVB:2010:BM9839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bindende werking E 121-verklaring bij heffing ziekenfondspremie op Spaans AOW-pensioen
Mevrouw met Spaanse nationaliteit ontving een AOW-pensioen uit Nederland en een premievrij Spaans pensioen met recht op verstrekkingen in Spanje. De Sociale verzekeringsbank (Svb) hield vanaf 1996 ziekenfondspremie in op haar AOW-pensioen, gebaseerd op een E 121-verklaring die aangaf dat zij recht had op verstrekkingen uit Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de inhouding van premies vanaf 2003 onrechtmatig was omdat het Spaanse pensioen een prevalerend recht op verstrekkingen in Spanje gaf. De Svb stelde dat zij gebonden was aan de E 121-verklaring en dat de rechtbank niet bevoegd was deze te toetsen.
De Raad overwoog dat een E 121-verklaring in beginsel bindend is, maar bij gerede twijfel aan de juistheid de Administratieve Commissie betrokken moet worden. Nu de Nederlandse autoriteiten dit nalieten, konden de financiële gevolgen niet voor rekening van betrokkene komen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd op andere gronden.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot inhouding van ziekenfondspremie werd vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met heropening van het onderzoek voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.