ECLI:NL:CRVB:2006:AV0666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van in mindering brengen van overmakingskosten op AOW-pensioen aan in Spanje woonachtige appellant
Appellant, geboren in 1934 en woonachtig in Spanje, voerde bezwaar aan tegen het in mindering brengen van overmakingskosten op zijn AOW-pensioen door de Sociale verzekeringsbank. Hij stelde dat deze kosten niet in rekening gebracht mochten worden op grond van het Administratief Akkoord Nederland-Spanje en het communautaire recht, en dat sprake was van indirect onderscheid naar nationaliteit.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar tegen de inhouding van overmakingskosten een besluit in de zin van de Awb en vernietigde het eerdere besluit van de Sociale verzekeringsbank. In hoger beroep bracht de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit in, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard met verwijzing naar artikel 19 van Pro de AOW en EG-Verordening 574/72.
De Raad overwoog dat het in mindering brengen van overmakingskosten niet in strijd is met het communautaire recht, omdat deze kosten daadwerkelijk worden gemaakt en niet vermeden kunnen worden. Hoewel sprake is van indirect onderscheid naar nationaliteit, is dit gerechtvaardigd door objectieve, niet-nationaliteitsgebonden overwegingen en evenredig aan het nagestreefde doel.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Verzoeken om schadevergoeding en proceskosten werden afgewezen. De uitspraak benadrukt dat het communautaire recht voorrang heeft op het bilaterale verdrag Nederland-Spanje sinds de toetreding van Spanje tot de EU.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inhouding van overmakingskosten op het AOW-pensioen van appellant rechtmatig is.