ECLI:NL:CRVB:2010:BN0209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 24 juni 2008 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en wees de vergoeding van bezwaar- en beroepskosten af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkt is dan het UWV aannam, dat de urenbeperking ten onrechte was opgeheven en dat hij niet in staat is de functie van papierwarenmaker te vervullen. Tevens stelde hij dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding van kosten toekende.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden van appellant voldoende en gemotiveerd had besproken en dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit juist was. De Raad bevestigde dat de urenbeperking in 2006 tijdelijk was bedoeld als re-integratiemiddel en dat appellant geen recht heeft op een hogere WAO-uitkering. Ook de kostenvergoeding werd afgewezen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.