ECLI:NL:CRVB:2010:BN0217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO- en Wajong-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar WAO- en Wajong-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op respectievelijk 45-55% en 65-80%, met terugwerkende kracht en aanpassing van de uitbetaling.
Zowel de rechtbank Utrecht als de Centrale Raad van Beroep hebben geoordeeld dat de beperkingen van appellante adequaat zijn vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 13 juni 2007, mede gebaseerd op een uitvoerige en consistente rapportage van de bezwaarverzekeringsarts. De bezwaararbeidsdeskundige heeft bovendien gemotiveerd dat de belastbaarheid van appellante niet wordt overschreden door de functies die aan de schatting ten grondslag liggen.
Appellante voerde aan dat zij niet in staat is om 20 uur per week te werken en wees op haar persoonlijke en sociale beperkingen, evenals haar thuiszorg van drie uur per week. Deze argumenten en aanvullende medische informatie van een neuropsychiater werden door de Raad niet als nieuwe of overtuigende gezichtspunten gezien en leidden niet tot een ander oordeel.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd moet worden en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO- en Wajong-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.