ECLI:NL:CRVB:2010:BN0224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen ernstiger waren dan het UWV had vastgesteld en dat zij de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd niet kon vervullen. Zij voerde met name aan dat haar rechterarm nauwelijks bruikbaar was en dat overbelasting van haar linkerarm dreigde.
De rechtbank had deze gronden uitvoerig besproken en gemotiveerd waarom zij niet slaagden, met name omdat de vraagstelling aan de deskundige te veel gericht was op de rechterarm en dat niet alle functies met één arm konden worden uitgevoerd. De Centrale Raad van Beroep voegt hieraan toe dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat deze argumenten niet overtuigend zijn.
Verder werden door appellante brieven van een reumatoloog en een nucleair geneeskundige overgelegd, maar deze hadden geen betrekking op de datum van de herziening (17 oktober 2005) en bevatten geen reactie op het deskundigenonderzoek. Daarom leiden deze brieven niet tot een ander oordeel.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg die het beroep van appellante tegen het herzieningsbesluit van het UWV ongegrond verklaarde. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.