ECLI:NL:CRVB:2010:BN0234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige rapporten
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 35-45% met ingang van 21 december 2004. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij zij het medisch oordeel van de door haar benoemde psychiater als doorslaggevend beschouwde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen, met name wijzend op de functieomschrijving van archiefmedewerker. De Raad volgde echter de vaste rechtspraak dat het oordeel van de onafhankelijke medisch deskundige leidend is, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden dat rechtvaardigen, wat hier niet het geval was.
De Raad oordeelde dat appellant met zijn beperkingen in staat is de geselecteerde functies te vervullen en achtte de toelichting op de signaleringen in de arbeidskundige rapportages afdoende. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oordeelt dat appellant met zijn beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen.