ECLI:NL:CRVB:2010:BN0239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor rechtsbijstand en griffierechten
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten, waarbij het College slechts een klein deel van de kosten toekende. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep heeft appellante betoogd dat het College onterecht terugkwam op een eerdere gedragslijn en dat de draagkrachtberekening onjuist was.
De Raad overweegt dat het College bevoegd is om terug te komen op een eerdere gedragslijn, mits aannemelijk wordt gemaakt dat de kosten noodzakelijk zijn en niet uit eigen draagkracht kunnen worden voldaan. Appellante heeft nagelaten de gevraagde kosten met concrete bewijsstukken te onderbouwen, ondanks herhaalde verzoeken. De Raad bevestigt dat het College de vergoeding terecht heeft vastgesteld op € 342,--.
Verder oordeelt de Raad dat appellante onvoldoende medische gegevens heeft overgelegd om een hogere toeslag voor zorgbehoevendheid toe te kennen. Het GGD-advies en de beschikking van het Centrum indicatiestelling zorg zijn niet toereikend om dit te onderbouwen. De stelling van vooringenomenheid en excessief formalisme van het College wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.