ECLI:NL:CRVB:2010:BN0264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overgang van onderneming bij doorstart na faillissement en eigen risicodragerschap WAO
De zaak betreft een hoger beroep van een B.V. die na faillissement van een voorgaande onderneming een doorstart maakte en eigen risicodrager werd voor de WAO. Het geschil draait om de vraag of sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro, waardoor de nieuwe B.V. aansprakelijk is voor de WAO-uitkering van een werknemer die op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag in dienst was bij de failliete onderneming.
De rechtbank had geoordeeld dat de overgang van onderneming aannemelijk was, mede omdat de kern van de bedrijfsactiviteiten, waaronder inventaris, voorraden, onderhanden werk, naam en goodwill, werden voortgezet. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en benadrukt dat het dienstverband op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag doorslaggevend is, niet de vraag of de werknemer bij de nieuwe onderneming in dienst trad.
De Raad wijst het beroep op artikel 7:666 BW Pro af, dat uitzonderingen regelt bij faillissement, en oordeelt dat het beperkte gedeelte personeel dat overging niet tot een ander oordeel leidt. Ook de uitbreiding van bedrijfsactiviteiten en verhuizing na de overgang doet hier niet aan af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van overgang van onderneming en wijst het hoger beroep af.