ECLI:NL:CRVB:2009:BH1537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over overgang van onderneming en WAO-risicoverdeling
Appellant, handelend onder de naam van een VOF, voerde beroep aan tegen een besluit van het Uwv dat de WAO-uitkering van een werknemer werd toegerekend aan de VOF na een overgang van onderneming van een BV naar de VOF. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom een door appellant aangemelde getuige niet was gehoord, wat een motiveringsgebrek opleverde.
De Raad bevestigde dat de overgang van onderneming van de BV naar de VOF op 24 februari 2003 had plaatsgevonden, zoals ook door appellant was bevestigd in een verklaring aan het Uwv. Hierdoor was de VOF eigen risicodrager voor de WAO-uitkering van de werknemer die bij de BV in dienst was op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid. Het risico was vervolgens op appellant als eenmanszaak overgegaan.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank wegens het motiveringsgebrek, maar verklaarde het beroep inhoudelijk ongegrond omdat appellant niet meer mocht betwisten dat sprake was van een overgang van onderneming. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens motiveringsgebrek.