ECLI:NL:CRVB:2010:BN0375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ondeugdelijke motivering
Appellante ontving sinds 1998 een bijstandsuitkering en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over inkomsten uit arbeid. Het College herzag en trok bijstandsuitkeringen in verband met niet gemelde kasstortingen en vermeend vermogen boven de vrij te laten grens.
De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door kasstortingen niet te melden, waardoor het College bevoegd was de bijstand over die maanden te herzien en terug te vorderen. Echter, de intrekking van de bijstand over de periode 29 juni tot 11 november 2006 berust op een onjuiste feitelijke grondslag, omdat de gestolen gelden en sieraden niet meer tot het vermogen behoorden en de schade-uitkering deels nog niet als vermogen kon worden beschouwd.
De Raad vernietigt daarom de intrekking en terugvordering over die periode wegens ondeugdelijke motivering en draagt het College op nieuwe besluiten te nemen, waarbij ook de proceskosten van appellante worden vergoed. De rechtbank had deze fouten niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond wordt verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over 29 juni tot 11 november 2006 worden vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.