ECLI:NL:CRVB:2010:BN0667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand sinds 1990 en kreeg bij besluit van 26 april 2006 de bijstand over de periode november 2000 tot oktober 2005 ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet verstrekken van afdoende informatie over 55 kentekens geregistreerd op zijn naam. Het College legde tevens een maatregel op wegens schending van de inlichtingenverplichting. Na bezwaar werd de intrekking en terugvordering beperkt tot de maanden waarin transacties plaatsvonden, met een terugvordering van €49.020,10 en een maatregel van €2.269.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. In hoger beroep betwist appellant dit oordeel, maar de Raad stelt vast dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en niet heeft bewezen dat hij recht had op bijstand in de transactiemaanden. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er zijn geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het terugvorderingsbeleid leiden.
De maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt gehandhaafd. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd zonder afwijking.