ECLI:NL:CRVB:2010:BN0707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks beroep op zesmaanden-jurisprudentie
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand naast een WAO-uitkering. Tijdens heronderzoek bleek dat de echtgenote algemene heffingskortingen had ontvangen die samen met de WAO-uitkering de bijstandsnorm overschreden. Het College trok daarom de bijstand in en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug.
Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat het College de terugvordering moest beperken tot zes maanden na melding van de heffingskortingen, verwijzend naar de zesmaanden-jurisprudentie. De rechtbank verwierp dit beroep deels en vernietigde het besluit voor bepaalde perioden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het rechtmatigheidsformulier van januari 2005 geen concreet signaal was en dat het eerste concrete signaal pas in september 2005 werd gegeven. Het College was binnen zes maanden na dat signaal bevoegd tot terugvordering. Ook bijzondere omstandigheden zoals een schuldsaneringstraject leiden niet tot afzien van terugvordering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand door het College bevestigd.