ECLI:NL:CRVB:2010:BN0737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging dubbele vergoeding autokosten voor in het buitenland wonende verzekerde
Appellant, woonachtig in Duitsland, ontving een vervoersvoorziening van het UWV in de vorm van een vergoeding voor de aanschafkosten van een auto en een hoge kilometervergoeding. Naast deze hoge kilometervergoeding ontving hij tot 2005 abusievelijk ook een afzonderlijke vergoeding voor autoverzekering en wegenbelasting.
Het UWV besloot deze dubbele vergoeding vanaf 2005 niet langer voort te zetten en betaalde deze kosten niet meer afzonderlijk uit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak echter en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen.
Bij het nieuwe besluit van 22 april 2008 werd de dubbele vergoeding alsnog voortgezet tot en met 2008, waarna het UWV deze stopzette. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt nu dat het UWV terecht heeft gehandeld door de dubbele vergoeding te beëindigen, omdat de hoge kilometervergoeding de kosten van autoverzekering en wegenbelasting verdisconteert en voortzetting van dubbele vergoeding onverschuldigd is.
De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan bevoegd is fouten te herstellen, mits dit niet in strijd is met rechtszekerheid of andere rechtsbeginselen. Er is geen reden om het besluit van het UWV onrechtmatig te achten. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht is gestopt met de dubbele vergoeding van autoverzekering en wegenbelasting.