ECLI:NL:CRVB:2010:BN0966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na verlaging WW-uitkering
Appellant kreeg zijn WW-uitkering met 20% verlaagd gedurende 16 weken door het UWV. Na bezwaar werd dit besluit deels herzien, maar het verzoek om schadevergoeding wegens financiële problemen en terugval in gezondheid van zijn autistische zoon werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing en gebrek aan causaliteit tussen het besluit en de schade.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de wettelijke rentevergoeding over de te late uitbetaling de enige schadevergoeding is die verschuldigd is volgens artikel 6:119 BW Pro. Materiële schadeposten zoals extra begeleidingkosten konden niet verder worden vergoed. Immateriële schade van de zoon, als derde, is niet toewijsbaar in deze procedure.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 juli 2010.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de verlaging van de WW-uitkering blijft gehandhaafd.