ECLI:NL:CRVB:2010:BN1202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en terugvordering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen initiatief beëindiging dienstverband
Appellant werkte van 7 januari tot 10 februari 2008 via een uitzendbureau bij een aannemingsbedrijf. Het UWV weigerde zijn WW-uitkering vanaf 11 februari 2008 en vorderde teveel betaalde uitkeringen terug, omdat appellant volgens het UWV op eigen initiatief zijn dienstverband had beëindigd zonder geldige reden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij verwijtbaar werkloos was geworden.
Appellant voerde aan dat hij niet zelf ontslag had genomen, maar dat de inlener hem had ontslagen nadat de zieke werknemer was hersteld. De Raad toetste dit aan de wettelijke bepalingen van de WW over verwijtbare werkloosheid en matiging van de maatregel. Uit verklaringen van het uitzendbureau, de inlener en de re-integratiecoach bleek dat appellant zelf was gestopt vanwege een loonsverzoek dat was afgewezen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van hem kon worden verlangd. Er waren geen omstandigheden voor matiging van de maatregel. Ook de terugvordering bleef in stand omdat appellant geen dringende redenen had aangevoerd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en de WW-uitkering terecht is geweigerd en teruggevorderd.