ECLI:NL:CRVB:2010:BN1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling tegemoetkoming ingevolge Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten
Appellante ontving een WAO-uitkering die per 1 augustus 2007 werd ingetrokken, evenals een toeslag uit de Toeslagenwet (TW). Zij vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI), welke werd toegekend op basis van haar WAO-uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van deze tegemoetkoming omdat de TW-uitkering buiten beschouwing was gelaten. Zowel het Uwv als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond, stellende dat de TRI alleen de WAO-uitkering als grondslag kent.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitleg en oordeelt dat de TRI geen ruimte biedt voor het meenemen van de TW-uitkering bij de vaststelling van de tegemoetkoming. De Raad wijst erop dat bewust is gekozen de TW niet van toepassing te verklaren op tegemoetkomingen ingevolge de TRI.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak in stand blijft en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat alleen de WAO-uitkering in aanmerking wordt genomen bij de vaststelling van de tegemoetkoming ingevolge de TRI, niet de TW-uitkering.