ECLI:NL:CRVB:2010:BN2298
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek om herziening Wuv-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1926, diende in maart 1999 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Dit verzoek werd afgewezen omdat zij zelf geen vervolging had ondergaan en geen reden bestond haar gelijk te stellen met de vervolgde. In 2003 en opnieuw in 2007 verzocht zij om herziening van dit besluit, maar beide verzoeken werden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe relevante medische gegevens of gewijzigde omstandigheden.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en met terughoudendheid moet worden getoetst, zeker bij herhaalde verzoeken. Appellante bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren die het eerdere besluit in een nieuw daglicht plaatsen. Een aanvullende expertise bevestigde het standpunt dat haar psychische klachten niet redelijkerwijs kunnen worden toegeschreven aan het overlijden van haar vader tijdens diens vervolging.
Daarom kon het besluit om niet tot herziening over te gaan standhouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 1 juli 2010.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van de Wuv-uitkering wordt afgewezen.